-
Brockstukken 4

LICHT & DUISTERNIS      

Vol licht en diepste duisternis      
– je ogen stevig dicht –        
Want waar ‘t volkomen duister is      
heb je net zo weinig zicht      
als in het volkomen licht        

Waar samen dicht en luister is      
– een oogje toegeknepen –           
Daar schijnt licht in de duisternis      
is ‘t licht,’t lijpe en ’t lepe,      
door de duisternis begrepen.

In Taizé, nabij Cluny, staat een tempel, gebouwd door een eucumenische kloosterbroederschap. Gelovige en ongelovige jongeren drommen daar samen om woorden te vinden voor het onuitsprekelijke van het bestaan. Er zijn er die bidden, maar allemaal zingen ze. Meerdere keren per dag zijn er zangsessies in de tempel, waar samen eindeloos mooie vierstemmige mandala’s worden gezongen.

Ooit was Brock – toen nog geen vrijmetselaar – daar ook. Vooral de late-avondsessies maken diepe indruk op hem. Op de tempelvloer brengt een cirkel van kaarslicht tot leven de diepe duisternis waarin de rest van de tempel gehuld is. Het zijn tijdelijk brandende waxinelichtjes, maar in die cirkel symboliseren ze het nimmer dovend vuur. Staande in een kring van koorleden om die lichtcirkel heen zingt hij zijn overdag ingestudeerde baspartij mee: ‘Dans nos obscurités, allume le feu qui ne s’éteint jamais, qui ne s’éteint jamais.’ Een half uur lang dezelfde woorden dezelfde melodie, acapella.

In Brock is naast de deelnemer altijd de toeschouwer aanwezig. Hij ziet hoe steeds meer koorleden de ogen sluiten.  Als vanzelf daalt het koor van dubbel forte langzaam af naar pianissimo om weer opstijgen naar dubbel forte, enzovoort. In die golvende beweging lijkt het koor steeds meer een te worden, hoor je niet langer de eigen stem, maar de unificatio van de vierstemmigheid. Dan gaan ook bij Brock de ogen dicht. Hij geeft zich over: het Licht keert zich ook in hem naar binnen toe.

Elke zaterdagavond kijkt Brock naar ‘Nederland zingt’. Zo’n kerk vol met mensen die samen zich overgeven aan het produceren van klanken waarmee hun geloof tot trilling komt. Hij luistert niet als christen, maar als vrijmetselaar en hij hoort dat het licht van de een dicht ligt bij dat van de ander:

Zoekend naar licht hier in het duister
Zoeken wij u, waarheid en kracht
Maak ook ons volk, heilig vol luister
Schijn in de donkere nacht
 
Zoekend naar troost zijn velen dakloos
Zoekend naar warmte zijn velen koud
Maak ons een huis van levende stenen
Schuilplaats voor u gebouwd

Met zoveel gaven genoeg ons gegeven
Voor zoveel leed, zoveel gemis
Maak ons uw dienaars, leer ons te delen,
totdat uw rijk hier is.

Die levende bouwstenen zijn christelijk gebakken, het is niet anders. Zelfs als hij nooit een woord uit de bijbel heeft gelezen, citeert de vrijmetselaar er onbewust dagelijks uit. De symboliek die christendom en vrijmetselarij hanteren is dezelfde, alleen de interpretatiekaders verschillen. Beiden gaan zich te buiten aan naar beneden en naar binnen halen wat ons te boven en te buiten gaat. Beiden wentelen zij zich in een taal die zich volkomen losgezongen heeft van de naakte feiten. Duister is wat beiden niet kunnen weten, maar daar laten ze ieder hun eigen licht over schijnen. Altijd hetzelfde liedje: Dans nos obscurités, allume le feu, qui ne s’éteint jamais.

De neutrale toeschouw er ziet dat christen en vrijmetselaar, beiden voor hun licht de duisternis nodig hebben. Licht en Duister kunnen niet zonder elkaar., ze zijn als yin en yang complementair. De verlichting kan ook niet zonder de donkere middeleeuwen.
Maar ’t is waar: duister heb je, het licht moet je nog maar zien!
 
JWC Brock 

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint