-
17
Bouwstuk opgeleverd
2007 03 02 De Friesche Trouw

"Deugd & IJver”
Historisch bouwstuk
225 jaar De Friesche Trouw 

Op 8 juni 1797 verzoekt Broeder Hayo Tuinhout met zes andere Broeders, zoals ze zelf aangeven allen leden van de Loge Les Vrais Bataves in Frankrijk opgericht, aan de Grootmeester Nationaal een Constitutie te mogen ontvangen voor een in Harlingen op te richten loge onder de naam ‘Deugd en IJver’. Deze Constitutie wordt verleend en toegezonden. De stukken zijn voor 27 december 1797 binnen. De installatie staat gepland voor 31 januari 1798. De Friesche Trouw wordt schriftelijk uitgenodigd deze plechtigheid met een deputatie van drie Broeders te komen bijwonen. De invitatiebrief is ondertekend door H. Tuinhout, Voorzittend Meester en J. Oosterbaan, secretaris.

In het Leeuwardense weten de Broeders van De Friesche Trouw wel van de wens bij de Harlingers om tot een eigen werkplaats te komen, maar ze worden toch overrompeld door het in deze uitnodiging geïmpliceerde nieuws dat het nu al zo ver is. Sinds Zomer-St.-Jan 1797 is Broeder Epeus Cats de vierde Voorzittend Meester van De Friesche Trouw. Het is nu 27 januari 1798. Voor hem op zijn bureau ligt de uitnodiging, die vermaledijde uitnodiging. Hij zit er mee in zijn maag. Hoe pakt hij dit probleem aan? Hij staart naar het onbeschreven vel briefpapier voor hem en naar het aangescherpte puntje van zijn ganzenveer. Hij zucht veel dieper dan hij het puntje van zijn pen in de inktpot doopt en tekent in beheerste drift de aanhef van de te schrijven brief:  

Waarde Broeders, leden van de Loge De Friesche Trouw wonende te Harlingen.

Epeus Cats kijkt naar wat hij heeft opgeschreven en hij weet dat hij al meteen in deze aanhef alles heeft gezegd wat hij wil zeggen.

Wat is er aan hand? Ik zal het u schetsen.

De jaren ’80 van de 18 eeuw zou u kunnen vergelijken met de jaren ’60 van de 20 eeuw. Door heel Europa golft een roep om vrijheid en democratisering; de gevestigde orde trilt op haar grondvesten. De zittende magistratuur doet alsof er niets aan de hand is of toont zo hier en daar begrip om ondertussen zoveel mogelijk de eigen positie te handhaven of zelfs te versterken.  Maar de idealisten van 1780, de provo’s van toen, nu patriotten geheten, laten zich niet met een kluitje in het riet sturen. Zij zijn geïnspireerd door de succesvolle vrijheidsstrijd in Amerika en overtuigd van eigen oprechtheid. In hun visie zijn de regenten, die elkaar de lucratieve baantjes toedelen, en stadhouder Willem V, die ons land in de Vierde Engelse oorlog heeft gesleept, Willem V, die overspelige dronkenlap, … de boosdoeners. Zij zijn de plucheklevers. Zij houden de onontkoombare vooruitgang tegen.

Friesland staat aan de kant van Willem V. Maar ook in Friesland zijn patriotten actief. Sommigen zijn naast patriot ook vrijmetselaar. Logisch, want de inspiratiebron is dezelfde: de Verlichting, Liberté, Egalité, Fraternité. Nog weliswaar niet voor iedereen, maar toch wel voor iedereen van stand.

Als op 10 mei 1782 in het Oosten Leeuwarden Loge nr. 20 ‘De Friesche Trouw’ wordt geïnstalleerd, zitten daar niet slechts regenten en orangisten in de kolommen, maar ook patriotten en sympathisanten op onderdelen. Dat laatste geldt voor de eerste Voorzitter Meester, Johannes Casparus Bergsma, dan 35 jaar oud. Samen met Broeder Coert Lambertus van Beyma verzet Broeder Bergsma zich succesvol tegen een grotere greep van Willem V op de macht. En samen verzetten zij zich tegen de in hun ogen te grote financiële bijdrage die Friesland moet leveren aan de landelijke pot, waaruit onder andere het voornamelijk uit buitenlandse huurlingen bestaande en dus dure leger betaald wordt. Ze betalen nu 11,5 % van die pot en ze willen naar 8 %. Maar als Van Beyma verder gaat en plaatselijke vrijkorpsen wil bundelen in gewestelijk verband, juist om een goedkoper leger te creëren, haakt Bergsma in 1783 af. Johannes Casparus Bergsma is politicus, nog geen echte regent, maar hij wil het wel worden. Hij is geen reactionair, koestert verlichte ideeën, wil best ruimte creëren in de burgerwachten voor doopsgezinden, katholieken en joden, en de burgers mogen ook hun eigen officieren kiezen, ook van hem, maar hij realiseert zich ook dat deze sterkere volksmilities naast positieve ook negatieve kanten hebben: ze zijn weliswaar een goedkoper en doeltreffend instrument, maar ze kunnen eigenmachtig worden en zich ook keren tegen het gezag, gezag dat er wel moet zijn.

Zo keert Johannes Casparus Bergsma, net als veel andere met de patriotten sympathiserende regenten in Holland en Friesland die echt niet pro Willem V zijn, in tegendeel, zich tegen de opstandelingen die met eigen legertjes hun democratiseringseisen kracht willen bijzetten, tegen Coert Lambertus van Beyma. Zo verzeilt Bergsma zichzelf ondanks in het kamp van de Orangisten. En als in 1787 na de beroemde actie bij Goejanverwellesluis de Pruisen de orde komen herstellen, dan weet BroederBergsma, nog altijd Voorzittend Meester van De Friesche Trouw, dat dat staat te gebeuren. Dat komt hem op een dreigbrief te staan, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van woensdag 19 september 1787 en ondertekend door onder anderen medebroeders Coert Lambertus van Beyma en Hayo Tuinhout.

Aan die spanningen van toen denkt Epeus Cats, als hij zijn reactie probeert te formuleren op de invitatie voor de installatie van ‘Deugd en IJver’.

In de Loge houdt men zich, terecht, verre van alle kerkelijke en politieke geschillen, maar zulke profane gebeurtenissen vergen het uiterste van de Koninklijke Kunst. Het valt niet mee om het Westen buiten te sluiten, als Broeders elkaar daar naar het leven staan. Hoe kun je dan nog Broeders zijn?

Op de eerste logebijeenkomst aan het eind van die maand september 1787 vraagt geen van de Broeders het woord om het gebeurde op te rakelen. Geen van de patriotten is trouwens aanwezig. Die zijn allen in de zondagnacht van 23 op 24 september spoorslags vertrokken en niemand weet op dat moment nog waarheen. De overgebleven Broeders, en onder hen buiten de Loge fervente Orangisten, beseffen dat dit niet de situatie is die zij hier in de loge nastreven. Maar hier en nu is het geen onderwerp van gesprek. Broeder Bergsma zit voor, het eten en drinken van Hof- en Keldermeester Schaap is zoals gewoonlijk overvloedig en voortreffelijk en als om 22.00 uur de koetsen voorrijden om de tocht naar huis aan te vangen, is het alsof geen mens van de prins kwaad weet.

Epeus Cats kijkt door zijn raam naar buiten. Het sneeuwt al een paar uur. Het landschap is wit. Het valt hem op hoe sneeuw het landschap verandert. Als alles bedekt raakt krijgt juist wat er nog boven uitsteekt scherper accent. De wereld wordt niet wit, maar zwart-witter. Daar moet hij het nog eens over hebben als er weer een logeavond is. Hij leest opnieuw de invitatie. Nee, Broeder Tuinhout, dit is geen goede zet.

De Friese patriotten die halsoverkop die zondagnacht van 23 september 1787 de wijk nemen, zoeken met vluchters uit andere streken en steden hun heil in St.-Omer in Frankrijk. Ze hebben geen gemakkelijke tijd daar, maar Loge L’ Amitié et Fraternité in Duinkerken doet voor hen wat ze kan. Ze vinden ook maçonniek onderdak, maar het zijn Bataafse patriotten en willen dus een eigen Bataafse werkplaats. Die mogen ze hebben van het Franse Grootoosten en op 31 maart 1790 wordt de nieuwe loge geïnstalleerd onder de veelzeggende naam Les Vrais Bataves. Hayo Tuinhout is samen met een medebroeder uit een ander gewest om de beurt Voorzittend Meester.

Het is geen kleine jongen, Broeder Hayo Tuinhout. Dat weet ook Epeus Cats. Hayo weet wat hij wil en krijgt het ook nog eens voor elkaar. Maar moet dat zo, Hayo, moet dat zo?

Nog een geluk dat Coert Lambertus van Beyma hier niet bij zit. Die had ook in Frankrijk weer problemen gemaakt. Een geldkwestie, een heel vervelende geldkwestie, had Hayo Tuinhout gezegd toen hij begin 1795 zich weer in Friesland had gemeld en lid geworden was van De Friesche Trouw. In het kielzog van Pichegru en op de golven van de Franse Revolutie was hij, net als de andere vluchters, teruggekomen in de in zichzelf verwarde Nederlanden om hier de Bataafse Republiek te grondvesten. Hij was in Nijland bij Sneek met de fanfare binnengehaald en ook in De Friesche Trouw was hij met open armen ontvangen. En dat was niet louter opportunisme, dat was ook Broederschap in optima forma. Toch? Dus waarom nu dan, zo stiekem, zo stilzwijgend, achter onze rug, deze stap gezet, deze dolkstoot gegeven?

Een van de laatste daden van Johannes Casparus Bergsma als Voorzittend Meester van De Friesche Trouw is de aankoop van Zaailand 98, want het getal van de Broeders was voldoende gegroeid om als Loge een eigen lokaliteit te hebben. Daar was heel wat gedelibereer aan vooraf gegaan. Want als het om geld en gebouwen gaat verandert een loge van Broederschap in een vereniging. En in die vereniging is altijd strijd tussen rekkelijken en preciezen, tussen al te durvende doeners en praters die voor elke oplossing nieuwe problemen verzinnen, altijd wel een regel uit het reglement peuren waardoor dit nu niet kan en tot dat niet mag worden besloten.

Hij herinnert het zich nog goed, Epeus Cats. Hij was zelf ook huiverig voor deze grote stap, maar uiteindelijk had hij voorgestemd, ook al zag hij de risico’s. Het aangekochte pand wordt gesloopt en architect Nauta zet er een nieuw en groter gebouw voor in de plaats. De werkplaats en de voorhof krijgen een plek op de eerste verdieping en de rest van het pand wordt logement. Onder Voorzittend Meester Epeus Wielinga Huber wordt het nieuwe gebouw in april 1793 plechtig ingewijd. Broeders van L’ Union Provinciale uit het Oosten Groningen zijn erbij en spreken tijdens het broedermaal hun bewondering uit.

Het was een mooi feest, die opening, en het is een prachtlocatie, denkt Broeder Cats en staart naar de noch steeds niet afgeschreven brief. Maar er zullen wel voldoende Broeders moeten blijven om het financieel in stand te kunnen houden. Snappen jullie dat ook, Harlinger Broeders van De Friesche Trouw? Jullie hebben wel niet meegestemd toen, omdat jullie als echte Bataven in Frankrijk zaten, maar jullie doen nu toch ook al weer twee jaar mee in De Friesche Trouw, jullie zijn hier lid en jullie zijn toch niet blind? Jullie weten ook dat onze militaire Broeders om begrijpelijke redenen hun eigen, ambulante Loge willen. Dus waarom nu? Waarom zo?

Broeder Epeus Cats hakt de knoop door. Er zal geen deputatie van drie Broeders van De Friesche Trouw naar de installatie van Deugd en IJver gaan. En in de scherpte van de sneeuw ziet Epeus plotseling de doorslaggevende argumenten: het zijn geen leden van Les Vrais Bataves die in Harlingen een nieuwe loge oprichten, het zijn leden van de Friesche Trouw. Er staat een leugen in de constitutiebrief. En nog erger: hoe kan Broeder Tuinhout zich Voorzittend Meester noemen en hoe kan Broeder Oosterbaan zich presenteren als secretaris als de loge waarvan zij dat zouden moeten zijn, nog niet eens bestaat. Hij hoort zijn pen als een valse raaf op het briefpapier krassen: Een loge gaat pas existeren op het moment van de installatie, niet op de datum der Constitutieverlening.

Je bent jurist of je bent het niet, denkt Epeus en hij legt met enig gevoel van gekrenkte trots zijn ganzenveer naast de brief. Hij leest hem nog eens over en ja, hij is het met zichzelf eens. Maar … er is een maar. Dat voelt hij. Maçonniek klopt het niet. We zijn Broeders, we zoeken naar wat ons bindt in plaats van wat ons scheidt. Waarom hier dan niet?

Hij kijkt naar buiten, naar die witte wereld met zwarte punten. Het is opgehouden met sneeuwen, het landschap is windstil, het ligt erbij als een pentekening, met aan de horizon het silhouet van Leeuwarden, gedomineerd door de scheve Oldenhove. Daarachter ligt Zaailand 98, werkplaats voor 48 Broeders tot voor kort. Straks zijn daar de lege zetels op de kolommen. En idem dito zullen er lege zetels zijn in Harlingen.

De wereld is in beroering, de wereld is in verandering. Wordt het beter? Wordt het slechter? Epeus gelooft in de voortstuwende wereldorde, maar de nabije toekomst ziet hij somber in. De Gouden Eeuw is verder weg dan ooit, de economie ligt plat, alle zekerheden zijn zoek.

Hij zou deels gelijk krijgen, Broeder Epeus Cats. In 1813, het jaar dat de Fransen het veld moeten ruimen en de geallieerden een Oranje bombarderen tot Koning van groot-Nederland, moet Deugd en IJver, vijftien jaar na haar installatie, de poorten van de werkplaats sluiten, tijdelijk tot 1865.

In 1814, elf jaar na de feestelijke opening van Zaailand 98, moet De Friesche Trouw besluiten de zaken der Loge finaal te likwideren en tot dat einde het gebouw en de losse goederen te verkoopen. In 1817 zijn er weer logeactiviteiten, in hetzelfde pand, nu op huurbasis. Maar in december 1820 telt de loge nog maar vijftien leden en in januari 1821 gaan de Lichten in Leeuwarden voor langere tijd op een laag pitje. Tot februari 1836. Friesland is dan anders dan in 1782 geen zelfstandig gewest meer. In De Friesche Trouw hebben regimentsofficieren, de adel en de regenten plaatsgemaakt voor hooggeplaatste ambtenaren, werkzaam in Friesland bij nationale organisaties en Friese Broeders uit de vrije beroepen.

De wereld is veranderd, de wereld is hetzelfde gebleven.

In 1986 krijgt Nederland een 12 provincie, verwerft Aruba een status aparte in het Koninkrijk der Nederlanden en ontsnapt aan de schoot van De Friesche Trouw de 282ste loge van het Grootoosten der Nederlanden, Het Azuren Gewelf.

De wereld verandert, de wereld blijft hetzelfde.  

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint