-

Maçonnelogie 4       KUZ maart 2011

Stoffig Vierkant & Geestige driehoek  

Het schootsvel drukt het wezen van de Vrijmetselaarsarbeid uit. Het stoffelijke vierkant en de geestelijke driehoek verhouden zich tot elkaar in drie stadia. Bij de leerling gaat de Geest nog schuil achter de Stof. Bij de Gezel streeft de Geest opwaarts op zoek  naar het wezen der dingen. Bij de Meester zijn Geest en Stof in evenwicht.  

Is dat  gedoe met ons schootsvel in plaats van verheven niet gewoon lachwekkend in de 21 eeuw waarin de wetenschap de Geest heeft gereduceerd tot product van de materie? Descartes redeneerde vanuit de twijfel naar de zekerheid dat er iets moet zijn dat twijfelt. Omdat voor hem stof niet kan twijfelen, twijfelt de geest. En die twee zijn strikt gescheiden. Descartes’ dualisme creëert het probleem hoe de geest de stof kan beïnvloeden en andersom. Penvriendin Elizabeth van der Palts confronteerde hem daar al mee, maar Descartes kwam nooit met een echte oplossing. En na hem eigenlijk niemand, tenzij de keus werd gemaakt voor het monisme: alles is geest of alles is stof.  

Toch leidt het dualisme een hardnekkig bestaan. Voor veel mensen is de geest meer dan een woord, het is een werkelijkheid buiten de stoffelijke werkelijkheid. De geest is onlichamelijk en ‘belichaamt’ iets van buiten tijd en ruimte. Van Lommels Eindeloos bewustzijn en Beauregards Het spirituele brein  leveren stof voor menig bouwstuk. Ze lijken voor de dualisten strohalmen in bange dagen, godsbewijzen in een goddeloze tijd. Maar godsbewijzen zijn altijd cirkelredeneringen, ze overtuigen alleen de gelovigen.  

Ook stofmonisten vallen snel in de dualistische valkuil. Hersenfysioloog Dick Swaab maakt van onze hersenen de nieuwe geest. Het lichaam dient er slechts toe onze hersenen te voeden, te vervoeren en voort te planten, zegt hij en zo maakt hij van die natte, weke, grijze kluit van krap drie pond iets onlichamelijks: ons bewustzijn, ons ik, onze persoonlijkheid of andere varianten op de geest. Maar hoe uit de totaalsom van al die cellen in die kleffe klomp weefsel en de elektrochemische processen daarin het bewustzijn zich los worstelt en bovenkomt weten we niet. Wat is de relatie tussen aminozuren en zelfbesef? In 1866 al schreef Thomas Huxley – uitvinder  van de term agnost voor de mens die zegt niet te kunnen weten of God bestaat  – dat het ontstaan van het bewustzijn door het prikkelen van zenuwweefsel net zo verbazingwekkend is als  het verschijnen van de geest bij het wrijven van de toverlamp door Aladdin. Dat is Geestig !  

Hoewel het bewustzijn ons in staat stelt de uiterlijke wereld wetenschappelijk te kennen, blijkt juist de wetenschap grote problemen met het bewustzijn te hebben. De hersenen en de daaraan verondersteld ontspringende vlam van het bewustzijn wordt door de meeste wetenschappers ingeschat als duisternis waar het Licht niet schijnt te kunnen doordringen. Wat betekent het dan dat de Driehoek van de Geest in evenwicht is met het Vierkant van de stof? Symbooltaal voor het onzegbare? Er staat niet wat er staat, maar het staat tussen de woorden in. Ergens nergens, als een cirkel waarvan het middel overal is en de omtrek nergens.

De bioloog en dichter Dick Hillenius  zegt: met mijn ogen kan ik in de spiegel naar mijn eigen ogen kijken, dus kan ik met mijn hersenen nadenken over mijn eigen hersenen.” Dat klinkt aannemelijk, maar het klopt niet. Hoe kan ik met mijn bewustzijn me bewust zijn van mijn bewustzijn. Het is een strange loop: ik denk dat ik denk dat ik denk, enzovoorts. In de spiegel zie ik iemand-kijkt-naar-mijn-gezicht-gezicht. Wij maken de fout van Narcissus:  wij willen tegelijk zijn en zien, ons spiegelbeeld zijn. Dat kraakt. De mens heeft eigenlijk maar één mogelijkheid: handelen en dan aan den lijve ervaren wat er gebeurt.   

Misschien kunnen hardnekkige monisten het schootsvel ook zo interpreteren: de Leerling is volop bezig is te ontdekken, te begrijpen, te willen weten wat waarheid is: hij wil als Narcissus zich zelve leren kennen door naar zichzelf te kijken;  de Gezel is  zich bewust dat hij het is die oordeelt over wie hij in de spiegel ziet, maar kan zich nog niet van het spiegelbeeld, van dat oordeel, van zichzelf losmaken;  de Meester beseft dat hij geen subject en object tegelijk kan zijn, dat hij die blik op zichzelf moet loslaten,  dat hij het leven moet nemen voor wat het is: met alleen Geest of alleen Stof of met Stof én Geest of met de onmogelijkheid te weten. De meester geeft zichzelf weg en gaat over tot handelen.

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint