-

Maçonnelogie 5           KUZ april 2011

Het Licht in de Duisternis     

Er was eens niet lang geleden een kunstschilder hier in de buurt die het experiment niet schuwde. Van alles had hij reeds uitgeprobeerd. Ooit begonnen met landschappen met een horizon en luchten – geroemd  door kunstkenners om het bijzondere Licht dat zich over het landschap uitspreidde zonder dat je kon zien waar dat Licht vandaan kwam – ontwikkelde hij landschappen zonder luchten die niet meer als landschap herkenbaar waren en luchten zonder landschappen die niet meer als luchten herkenbaar waren. Hij gaf zijn schilderijen titels mee als “Zijnsgrond”, “Heel Al” en “Duister Licht”. Musea kochten zijn werk en media koppelden het onzichtbare Licht aan zijn zichtbare persoonlijkheid. Maar tevreden was hij niet.  

Hij wilde horizonnen weergeven zonder landschappen en luchten. Hij kon het niet schilderen, niet uitspreken, niet schrijven, niet tekenen, niet graveren en niet insnijden. Hij had een beeld zonder beeld. Hij liet in de hoogte uiterst smalle en in de breedte zeer brede doeken maken van uiterst fijn linnen, die hij wit schilderde en in het midden in de breedte voorzag van eerst een heel licht en dun grijze streep en later van een geheel tegen de achtergrond wegvallende witte streep. Hij liet zelfs een aparte zaal in een modern museum bouwen, een grote bal, geheel wit; via een kijkgat kon je kijken naar de horizon die, volgens de toelichting overal was, waar je ook keek. Honderdduizenden uit binnen- en buitenland kwamen kijken naar dit fenomeen en spraken met be- en verwondering over het geheimzinnige Licht. Een jonge criticus in een rebellerend kunsttijdschrift schreef dat die horizon net zo goed overal als nergens was en dat het zogenaamd mysterieuze Licht logischerwijs kwam van de kant van het kijkgat, zodat je het niet kon zien, maar dat al te typisch Nederlands nuchtere geluid ging verloren in de wereldsymfonie van loftuitingen die de kunstenaar ten deel viel. Maar tevreden was hij niet.  

Hij wilde meer. Hem wachtte een nog grotere uitdaging, nu hij het onhaalbare gehaald had. Hij wilde alleen het Licht, zonder Landschap, zonder Lucht, zonder Horizon, alleen het geheim van het Licht. Hij bestudeerde grote schilders, dook in natuurkundige werken, technische en esoterische verhandelingen, maar vond niets. Hij wist: de woorden gaan over het Licht, maar ze zijn het Licht niet.  

Al jaren had hij geen schilderij meer gemaakt, toen hij aanklopte aan de tempelpoort. Hij ging de weg van Leerling, Gezel en Meester. Het fascineerde hem, hij voelde zich dichter bij zijn doel. De weg naar het Licht zou hem bij het Licht kunnen brengen. Tijdens de ritualen verinnerlijkte hij wat eerst buiten hem was. Hij wist: het zat niet in die symbolen, het zat ertussen. Als de Diepe Stilte viel, gleed zijn leven aan hem voorbij: landschappen met luchten en horizon, landschappen zonder lucht en luchten zonder landschap, horizonnen zonder landschap en lucht, alles in mysterieus Licht dat schijnt in de Duisternis die het niet begrijpt.  

Hij voelde zich oud en had de moed opgegeven ooit nog een schilderij te maken, toen hij in het schemer van de werkplaats naar de geblokte vloer staarde. Ineens begreep hij het: in Duisternis kun je Licht zien, maar in het volle Licht geen Duisternis. Licht straalt uit. Duisternis straalt niet maar wordt overstraald. Die ene kaars bij de Achtbare meester deed hem zien: alles wat bestaat is Duisternis als er geen Licht is. Hij ging rechtop zitten en keer naar de flakkerende silhouetten : ik zie door het Licht de dingen in, de dingen van de Duisternis. Met alleen Licht, het alles overstralende Licht, is er niets meer te zien, dan is alles dat van de Duisternis is verdwenen. Daarom is de tempelvloer geblokt. Zonder zwart is wit zinloos. Licht maakt zichtbaar wat Duisternis is. Het gaat niet om alleen het Licht, het gaat om Licht in Duisternis, het gaat om evenwicht.  

Na de open loge nam hij niet deel aan het Broedermaal, maar ging onmiddellijk naar zijn verstofte atelier en schilderde dagen achtereen: landschappen met luchten en horizonnen, badend in zijn befaamde geheimzinnige Licht, dat er was zonder ergens vandaan te komen. Kunstcritici verklaarden hem voor oud en versleten. Hij zou lijden aan Korzakov of Alzheimer. Slechts één jonge, onbekende criticus in een obscuur blaadje zag iets van een voortstuwende wereldorde. En de schilder, hij schilderde zich dood.

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint