-

Maçonnelogie 8       KUZ juli 2011

Opperbouwmeester van het Heel Al    

Kan de ware Vrijmetselaar atheïst of agnost zijn? Veel broeders beschouwen zichzelf als zodanig, maar uit het symbool van de Opperbouwmeester van het Heel Al kan men ook opmaken dat een vrijmetselaar altijd iets van een hoger beginsel zal aanvaarden. Dat symbool is vrij interpreteerbaar, maar laat het ook de ruimte voor een geheel aardse interpretatie?  

Machiavelli maakte onderscheid tussen moreel, immoreel en amoreel. Als de morele leider zich laat leiden door het goede, handelt de immorele leider vanuit het kwaad. De amorele leider laat de normen van goed en kwaad buiten beschouwing en handelt om zijn doel te bereiken. Als de atheïst wordt opgevat als de a-theïst en analoog wordt uitgelegd als a-moreel, dan is een atheïst iemand die het bestaan van een god bij zijn handelen buiten beschouwing laat. Hij is dan geen anti-theïst zoals de dogmaticus Richard Dawkins.

Naar de meeste gangbare opvatting is agnost is een niet-weter. Daarbinnen zijn twee opvattingen. De ene zegt dat de agnost niet weet of god bestaat. De andere opvatting is dat de mens binnen het menselijke kader niet kan weten, niet via rede of innerlijke kennis [gnosis] of er wel of geen god is. Die agnost ontkent god niet, maar hij kent god ook niet. Dat agnostisch uitgangspunt is een filosofisch uitgangspunt, dat hem niet dwingt te kiezen tussen een bestaan met of zonder god.  

Atheïsten en agnosten kunnen zich voor de moraal niet beroepen op bovennatuurlijke beginselen. Wat goed en kwaad is, is niet aan god of van god, is niet een innerlijk weten, maar aan en van mensen. Ook zonder God beseft een verstandig mens dat de wereld een moraal nodig heeft.  

De Opperbouwmeester van het Heel Al komt onmiskenbaar uit de theïstische wereld. Wat moet de “godloze” met dat symbool?  Vrijmetselaars bouwen. Wat? Wereld en Leven. Als individu aan onze eigen wereld, ons eigen leven. Samen met anderen aan onze gezamenlijke wereld, ons gezamenlijk leven.  

Elke mens is het middelpunt van zijn eigen wereld en leven, zijn eigen Heel Al. De cirkel waarvan het middelpunt overal is en de uiteinden nergens is daarvoor een prachtig beeld. Naast onbegrensdheid, eeuwige ruimte en tijd drukt het ook uit dat elk individu het middelpunt is van zijn eigen cirkel waarvan hij de grenzen niet kent. Hij weet wat hij weet, maar hij weet niet wat hij niet weet. Als hij dat beseft, weet hij dat de werkelijkheid waarin hij bestaat groter is dan het beeld dat hij ervan heeft.  

Het onvolmaakte wereldbeeld is de Ruwe Steen. De Zuivere Kubiek is een volmaakt beeld, een beeld dat in overeenstemming is met de werkelijkheid buiten ons, de werkelijkheid [waarheid] die wij niet of uiterst gebrekkig kennen. Samen maken die Kubieke Stenen de Tempel van de Schoonheid. Maar de Meester blijft de onvolmaakte Leerling en de ambitieuze Gezel die net iets te graag meester wil worden. Hij weet dat op zijn tekenbord niet meer staat dan een eigen schets van wereld en leven, dat steeds opnieuw passend moet worden gemaakt om alleen tot vervolmaking te kunnen leiden, als ... ja, wanneer eigenlijk? Als het deel dat hij is van het geheel, samenvalt met het geheel. Als hij van het iets dat hij is, geworden is tot het niets dat alles is. Want zelfs de atheïst en de agnost kunnen zwijmelen bij de unificatio, de eenwording, de mystiek. Maar weer nuchter weet hij: met St.-Juttemis. Toch is die vervolmaking een prachtig beeld. Doelen hoeven niet haalbaar te zijn, maar kunnen het handelen richting te geven. Geen theologie, geen innerlijke kennis, maar een ANWB-bord voor eenzame eenlingen op de levensweg vol struikelblokken, beklemmingen en bittere bekers: het Licht uit het Oosten, de vlammende ster met de letter G  van Geheel.  

Die Opperbouwmeester van het Heel Al is de bouwmeester die ons en onze beperkte werkelijkheid overstijgt, de gehele, de volmaakte werkelijkheid, het Heel Al, dat geheel dat wij niet kennen, maar waarvan we deel uitmaken. Als deel van het geheel zijn wij bouwmeesters in die Opperbouwmeester van het Heel Al, werkend aan een plan dat we niet kennen, waarvan we niet eens weten of het gepland is, of het tot iets leidt, of het beter wordt of slechter, maar waaraan we samen kunnen werken zolang we de bereidheid hebben samen te werken.  

Die Opperbouwmeester van het Heel Al is het Alziend Oog, het symbool van de totaliteit, dat de waarheid ziet die wij niet kunnen zien, maar zo graag willen zien.. Geen boos, controlerend, moreel oog, maar een besef dat er een ongekende werkelijkheid is die ons individuele en gezamenlijke beeld van de werkelijkheid overstijgt.


Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint