-

MAÇONNELOGIE 24          Vrijmetselarij 2014   nr 10

DE MAÇONNIEKE LAT

“’Niets menselijks is ons vreemd’ is […] vaak onze reactie [wanneer we ons niet-maçonniek hebben gedragen]. Dat mag correct zijn als constatering, het zou voor geen enkele maçon bevredigend moeten zijn. Wij leggen de lat toch hoog, streven menselijke deugden na, willen onszelf ontwikkelen, werken aan onze ‘ruwe steen’?” Een prikkelende zin van de Grootmeester in zijn openingsrede op het Grootoosten 21 juli 2014.

De vraagvorm is een eufemisme voor een harde maçonnieke moraliteit: wie de kubieke steen in zich nastreeft, beter mens wil worden, moet bij niet-maçonniek gedrag niet aankomen met de slappe smoes dat hij nu eenmaal is zoals hij is: ruw. De ander weet heus wel dat je nog niet in je doel geslaagd bent – dat heeft hij uit je gedrag kunnen opmaken en hij zal het je als ware vrijmetselaar willen vergeven – maar jij kunt er voor jezelf niet mee wegkomen.

Natuurlijk drukt de Grootmeester zich eufemistisch uit. Hij legt zijn lat hoog. Hij wil niet hakken aan andermans ruwe steen. Hij vermijdt de jij-boodschap – wie de schoen past trekke hem aan – en maakt er een ik-boodschap van: “Het is een droevig ogenblik dat wij elkander wederzien.”Waarom?  “Teleurstelling over de discrepantie tussen enerzijds de hoogdravende idealen die wij plegen uit te dragen – harmonie, verdraagzaamheid, zelfkennis, steun aan de medemens enzovoort – en anderzijds onze feitelijke gedragingen, vaak gekenmerkt door onvermogen en tekortschieten.”  

Vrijmetselaren beoordelen elkaars mate van kubiek zijn niet. ‘Op U komt het aan’ betekent dat ik verantwoordelijk ben voor mijn eigen gedrag, dat ik aan mezelf werk. Broeders kunnen me daarbij behulpzaam zijn. De ideale Broederschap is een omgeving die individuen stimuleert zich kubiek, in de Rechte Verhouding, te gedragen. Ware, dus theoretische, Broederschap gaat ervan uit dat de ander probeert zich kubiek te gedragen. Een ware Broeder verwijt het de ander niet als het eens een keer niet lukt, maar stelt maçonniek gedrag tegenover niet-maconniek gedrag. Dat is de theorie, maar wel met het doel die praktijk te laten worden. Dat is de lat en die ligt hoog:  een fout van een ander is geen excuus voor een fout van mezelf; zelfs niet als de ander in zijn fout volhardt. Broederlijk is het te beseffen dat de ander ook maar een mens, een ruwe steen is, maar voor mezelf is het feit dat ik een ruwe steen ben geen excuus: op mij komt het aan.

De Grootmeester heeft zelf het goede voorbeeld gegeven. Het zou dan ook jammer zijn als alleen Broeders die niet-maçonniek gereageerd hebben op het interview met Van Agt of de uitlatingen van Beatrice de Graaf zich aangesproken voelen.

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint