-

Redenaar bij de installatie van kapittel

Het Rozekruis

Wij komen uit een wereld die verwarder en verdeelder is dan ooit,
waar niets is wat het lijkt en wat het lijkt niets is,
waar de laat-maar-waaien-wind ons doet dobberen
in de op- en neergaande golven van het leven.
Maar soms trekt de hemel open
en waait het niet, even niet,
en onder dat Azuren Gewelf,
in die diepe windstilte,
in die Silence Profonde,
spoelen wij aan op een strand van vragen,
talloze en taalloze vragen,
waarop de antwoorden even talloos en taalloos zijn
als het zand op het strand, dat ons rustbed is
en de sterren aan ’t gewelf, dat ons onderdak verschaft,
vragen die geen andere antwoorden behoeven dan de antwoorden die het Azuren Gewelf en De Diepe Stilte geven.
Even rust, even als dobberend, tobbend Deel
in Harmonie met het Grote Alomvattende Geheel.  

We komen uit een wereld waarin cynisme de overhand heeft: 
een wereld waarin wetenschap de mens beziet
als een door genen, prikkels, hormonen
en omstandigheden bepaald, willoos wezen,
dat zichzelf wijsmaakt dat hij een vrije wil heeft die keuzes maakt;
een wereld waarin wetenschap het leven laat voltrekken
op een minuscuul deeltje van het Heel Al,
dat net aan al die voorwaarden voldoet
die het ontstaan van dit leven mogelijk maken;
een Heel Al dat is en niets anders doet dan zijn,
dat nergens vandaan komt en nergens heengaat,
niet in iets wortelt, niet naar iets streeft,
geen oorzaak heeft en geen doel.  

Het is de wereld waarin licht een natuurkundige begrip is
en niet het Licht dat de duisternis zou kunnen overwinnen,
waarin geloof, hoop en liefde betekenisloze woorden zijn die,
zoals Wittgenstein zegt,
niet verwijzen naar de wereld van de feiten.
Het is de wereld van het Westen
waarin de mens willoos en kompasloos dobbert
op de golven van de laat-maar-waaien-wind.  

Zijn wij Broeders en Prinsen dan niet van deze wereld?
Ja wel: de wereld van het Westen is ook onze wereld,
we komen er uit en we keren er in terug.
Maar we voegen er iets aan toe dat niet van deze wereld is:
wij bevrijden ons van de ketenen van de werkelijkheid in het Westen en maken zo van onszelf vrije mannen
die ervoor kiezen wereld en leven te zien
als een te voltooien bouwwerk: een wereld in het Oosten.  

Aan kille wijsheid van wetenschappelijke waarheid
voegen wij de warme Wijsheid van  Geloven toe.
Aan kille krachten die de dingen binnen het Heel Al
doen bewegen zonder aanziens des persoons
voegen wij de warme Kracht toe van Broederschap en Hoop.
Die warmte mag dan niet behoren tot de wereld van de feiten,
maar juist die warmte maakt de Schoonheid van de Liefde mogelijk. Die Schoonheid, die Liefde, maakt van het leven meer
dan een kille wetenschappelijke beschrijving
van feiten over het ontstaan en het einde van het leven
en alles wat daartussen ligt.  

Als ik niet in de Diepe Stilte was aangespoeld
op een eiland van talloze en taalloze vragen,
waarop de antwoorden even talloos en taalloos zijn
als het zand op het strand en de sterren in de hemel,
had ik geen onderdak gehad
en geen rustplaats gevonden
en was ik zonder zin en liefdeloos
blijven dobberen op de golven van een zinloos bestaan.  

Het Rozekruis wil zo’n eiland van vragen zijn, 
waar de wereld van de kille antwoorden niet wordt ontkend,
maar voor even tot zwijgen wordt gebracht.  

Het Rozekruis wil een onderdak bieden
aan wie innerlijke rust zoeken
in een uiterlijke wereld
waar we het kruis van het leven voortslepen naar de dood.  

Aan dat kruis wil Het Rozekruis een Roos toevoegen,
omdat wij geloven en hopen
dat Liefde de wereld anders kan doen ervaren dan wat hij feitelijk is.
   

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint